Men kan bijna al het abstracte loochenen: recht, schoonheid, waarheid, goedheid, geest, God. Men kan den ernst loochenen. Het spel niet. Maar met het spel erkent men, of men wil of niet, den geest. Want het spel is, wat ook zijn wezen zij, niet stof. Het doorbreekt, reeds in de dierenwereld, de grenzen van het physisch bestaande. Het is ten opzichte van een gedetermineerd gedachte wereld van louter krachtwerkingen in den volsten zin des woords een superabundans, een overtolligheid. Eerst door het instroomen van den geest, die de volstrekte gedetermineerdheid opheft, wordt de aanwezigheid van het spel mogelijk, denkbaar, begrijpelijk. Het bestaan van het spel bevestigt voortdurend, en in den hoogsten zin, het supralogisch karakter van onze situatie in den kosmos. De dieren kunnen spelen, dus zij zijn reeds meer dan mechanismen. Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.
The Swordfight
Urban experiment: I want to find out how people react when they are confronted with a 'playful situation'. In this experiment one of my agents hands over a plastic sword to people passing by, however, no-one accepts it! I'm not exactely certain about the exact cause of this, but it's plain to see that most people don't want, or don't know how, to indulge in a social interaction surpassing 'do you have the time?'.
I need to find a way to get to these people, pull them out of their bubble which seperates them from the world around them. Once they leave their 'safety bubble' they can indulge themselves in the social interactions around them, especially, the 'having fun' interaction I like to call: Playfulness.
Why do I want to research playfulness, what am I hoping to find?
My Research in brief:
(In Dutch, English translation soon to follow)
Hoe zet ik mensen in de openbare ruimte aan tot playfullness?¹
¹Paidea: “physical or mental activity which has no immediate useful objective, nor defined objective, and whose only reason to be is based in the pleasure experienced by the player”
(Frasca 1999)
Ik ben gefascineerd door het enthousiasme en vigour² waarmee kinderen het leven trotseren. De playfullness, gedreven door spontaniteit en ontdekkingslust, is een oneindige put van silliness en blijdschap.
Vroeg of laat wordt iedereen aangeleerd om zich te gedragen, beter gezegd, afgeleerd om zich te laten gaan. Met deze ‘sociale vaardigheden’ krijgen wij een netjes in stand gehouden, keurige samenleving welke zich in de openbare ruimte dikwijls manifesteert. De openbare ruimte wordt tegenwoordig misbruikt. Mensen gebruiken haar als snelweg en betreden haar met oogkleppen op.
Nu wil ik aan de hand van sociale playfullness experimenten onderzoeken hoe ik mensen kan aanzetten tot playfullness. De publieke ruimte lijkt mij hierovoor een goed podium omdat het ‘probleem’ van sociale normen waarden zich hier het sterkst manifesteert. Bovendien is er direct een breder publieksbereik, waarvan elke toeschouwer potentiele speler is.
Wat ik hoop te bereiken is dat spelers in het experiment zullen deelnemen met het enthousiasme en de vigour² die bij (kleine) kinderen dikwijls te zien is. Ik hoop hierbij dat de spelers dit zullen meedragen en buiten het spel in het dagelijks leven toepassen door the little things in life speels te benaderen.
Quick introduction: I am Sylvan Steenhuis, living in Amsterdam studying Design for Virtual Theatre and Games @ Utrecht School of Arts. I’ll be using this blog to document my research on playfulness in public space. This research is the main part of my 2nd year autonomous project. Look around, share your thougts, enjoy! -Sylvan